Reiki en psychotherapie

Uitgebreide Informatie

REIKI als natuurlijke geneeswijze is ontdekt rond 1900. In een kleine Christelijke universiteit in Kyoto, Japan, wil de predikant MikaoUsui beginnen met de zondagsdienst. Een student steekt zijn hand op, hij stelt een vraag: “Accepteert u de letterlijke inhoud van de bijbel?” Dr. Usui beaamt dat. De student gaat verder. “In de bijbel staat dat Jezus de zieken genas, mensen beter maakte en dat hij op water liep. U accepteert dit zoals het geschreven staat, maar heeft u het ooit zien gebeuren?” Weer knikte de man op de kansel en zegt dat hij daarin gelooft, maar dat hij nooit iemand over het water heeft zien lopen. De student gaat door. “Is voor u dat gevoel van blind geloven voldoende? Misschien wel, want u heeft uw leven achter de rug en u heeft uw zekerheden. Ons leven moet nog beginnen en we vragen ons nog zoveel dingen af. We willen dit soort wonderen graag met eigen ogen zien. We willen er niet alleen over lezen uit boeken, maar we willen het zelf ervaren.”

Op dat moment is de student de leraar van dr. Usui. Deze neemt op dat moment een beslissing waardoor hij later de grondlegger zal worden van Reiki als natuurlijke geneeswijze. Dr. Usui neemt ontslag als hoofd van de Doshisha universiteit en vertrekt naar de Verenigde Staten op zoek naar het genezen door handoplegging. Hij krijgt bij de universiteit van Chicago een ere-doctoraat voor zijn onderzoek naar het geheim hoe Jezus en de en de apostelen zieken genazen. Maar hij vindt niet wat hij zoekt. Als hij zich realiseert wat hij tot nu toe heeft geleerd, herinnert hij zich dat in de boeddhistische traditie er vanuit wordt gegaan dat Boeddha de kracht van het genezen had. Hij besluit terug te gaan naar Japan. Misschien zou hij wat kunnen leren van het boeddhisme? Eenmaal in Japan, bezoekt dr. Usui vele boeddhistische kloosters.
Hij is geïnteresseerd in lichamelijk genezen en op zijn vragen krijgt hij steeds hetzelfde antwoord. “Voor ons is het de geest die genezen moet worden, daar zijn wij mee bezig. Het lichaam is van ondergeschikt belang, van lagere orde.”

Na verloop van tijd komt dr. Usui in een Zen-klooster. Hij vraagt om binnen gelaten te worden om daar de boeddhistische geschriften, de Sutras, te kunnen bestuderen. Men laat hem toe en zijn studie begint.

In het klooster woont een oudere abt die belangstelling toont voor het probleem van het lichamelijk genezen. Eerst begint dr. Usui met de Japanse vertalingen van de boeddhistische geschriften maar hij vindt niet wat hij zoekt. Dan leert hij Chinees, zodat een groter aantal geschriften voor hem toegankelijk wordt. Weer zonder succes.
Er blijft niets anders over dan de oude taal, het Sanskriet, te leren zodat hij de originele verhalen ook kan lezen. Ook krijgt hij hiermee toegang tot de Sutras die nooit vertaald zijn.

Na zeven jaar zoeken vindt dr. Usui wat hij heeft gezocht, in de lessen van Boeddha, die zijn opgeschreven door een onbekende discipel terwijl zijn meester sprak. Het is de formule met de symbolen en de beschrijving hoe Boeddha kon genezen.
Maar het blijkt zoals altijd, dat iets lezen, iets anders is dan de kracht te hebben om het uit te voeren. Hij heeft dan wel de kennis herontdekt, maar deze ten uitvoer brengen lukt hem niet.

’s Avonds bespreekt hij zijn probleem met de oude abt. Die adviseert hem naar een van de heilige bergen in de omgeving te gaan en te mediteren om zo de kracht van het genezen te ontvangen. De abt vertelt hem dat het gevaarlijk is en dat hij zou kunnen sterven. Dr. Usui zegt dat, nu hij zover is gekomen, hij niet op wil geven. De volgende dag gaat hij op weg en beklimt de berg. Hij gaat zitten, legt eenentwintig steentjes voor zich neer en gaat in meditatie. Elke dag gooit hij een steentje weg. Er gebeurt niets en hij voelt zijn krachten op raken.

Op de eenentwintigste dag is dr. Usui zich plotseling bewust van een pulserende lichtstraal die vanuit de hemel tot hem komt. Hij is bang en beweegt zich niet. Door het licht geraakt wordt hij omver gegooid.
Als in luchtbellen ziet hij de symbolen die hij tijdens zijn studie ontdekt heeft. Het is de sleutel tot het genezen, zoals Boeddha en Jezus het hebben gedaan. Het lijkt wel of de symbolen zich in zijn geheugen branden.

Als dr. Usui bijkomt en de trance over is, voelt hij zich niet langer uitgeput. Ook zijn stijfheid en het gevoel van honger van de vorige dagen zijn verdwenen. Verfrist staat hij op en begint de berg af te dalen. Op zijn weg naar beneden stoot hij zijn grote teen en scheurt daarbij de nagel. In een reflex pakt hij, om de pijn te sussen, de teen in zijn hand. Dan gebeurt er iets bijzonders. Binnen enkele minuten verdwijnt de pijn. Het bloeden houdt op en de teen is bijna genezen. Zonder problemen kan hij verder lopen.

Beneden in het dal houdt hij even stil bij een klein theehuisje en bestelt een ontbijt. De oude man van het winkeltje, ziet aan de lengte van zijn baard en de toestand van zijn kleren, dat dr. Usui een lange periode van vasten achter de rug heeft. Hij zegt tot zijn gast dat het wel even kan duren voordat hij het eten zó klaar heeft, dat de maag van dr. Usui niet van streek zal raken. Deze zegt dat hij graag een normaal ontbijt wil hebben. De waard schudt zijn hoofd en zegt te verwachten dat zijn gast ziek zal worden. Maar hij doet toch wat er van hem wordt gevraagd en wijst op een bank onder de boom naast het huisje waar dr. Usui kan wachten. De dochter van de oude man brengt hem het ontbijt. Het bestaat uit rijstwater met vijf gerechten waaronder vis, rijst en groente. Het smaakt hem. Als dr. Usui opkijkt ziet hij de vrouw die hem bediende nog steeds staan. Ze heeft een betraand gezicht dat rood en opgezwollen is. Met vriendelijke stem vraagt hij haar wat er aan de hand is. Ze antwoordt dat ze al drie dagen kiespijn heeft. Met haar toestemming legt hij zijn handen op haar wangen. Binnen enkele minuten begint de zwelling weg te trekken. Ze dankt hem en dr. Usui gaat terug naar het klooster.

Na zeven jaar onafgebroken werken valt hem iets op. De mensen die hij had geholpen, vallen steeds weer terug in de omstandigheden zoals hij ze in het begin had aangetroffen. Daarom keren ze steeds naar de arme woonwijk terug. Dan blijkt, dat ze de voorkeur geven aan hun oude manier van leven en dat ze van binnenuit niet zijn genezen.
Dr. Usui realiseert zich dat hij steeds aandacht aan de symptomen heeft gegeven, maar dat hij de mensen niet verteld heeft hoe ze kunnen veranderen en dat er zonder verandering geen vooruitgang mogelijk is. De bereidheid om van binnenuit te veranderen opent een wereld zonder grenzen.